Oewist? – Ça va. Druk druk druk.

Hoe het met haar gaat, vraag ik eens we goed en wel in haar sofa geïnstalleerd zijn. We drinken wijn om 15u in de namiddag. Ze heeft dat verdiend, zegt ze.

Ze grinnikt. Dat ik de enige ben die die vraag stelt met de bedoeling ook effectief een antwoord te krijgen, zegt ze. Of er op z’n minst naar luistert. „Ça va wel.”, is haar uiteindelijke keuze, maar ze weet dat ik daar geen genoegen mee neem. Nu ik haar na vier maanden eindelijk nog eens te zien krijg, verwacht en verlang ik meer dan dat standaard antwoord. Maar ik geef haar nog wat tijd om op te warmen. Die andere standaard zin kwam eerder al: „Sorry voor de rommel.” Ik spreek me niet uit over iemand anders z’n rommel. Onderweg van de oprit naar hier kwam ik zeven (loop)fietsjes, driewielers en andere go-carts met en zonder platte band tegen en ik vroeg me enkel af waarom het er precies zoveel moesten zijn. Ze stonden her en der over de tuin verspreid, net als een dozijn basket-, voet- en andere ballen. De goal was in de eeuwige concurrentiestrijd om aandacht verwikkeld met de trampoline en de zandbak. De basketring miste zijn netje. Een verloren gebolde rolschaats zocht gezelschap van een emmer-met-schepje. Waar de kinderen zijn, vraag ik. „R. speelt op de Playstation en M. is naar de dansschool.” In de hoek van de kamer zie ik een klassieke kindgitaar staan met een ringmap ernaast. Een stijlbreuk met het speelwinkeltje iets verderop. Blijkbaar heeft net iemand zijn voorraad voor een strenge winter ingeslagen, want het rek is leeg – op een blik sardientjes en een speeltje uit de KinderSurprise na – en het winkelkarretje is vol. De kassa staat open. Een overval dan misschien? Een kwart puzzel siert de design eettafel, de overige stukjes sieren de stoelen en de vloer. Hetzelfde lot is voor een nog ongestreken kunstwerk en zijn parels.

 

Dat is toch bij iedereen zo?

Dat die kinderen ook nooit eens iets kunnen opruimen, zucht ze half lachend. Waarom ze zoveel speelgoed hebben, vraag ik me deze keer luidop af. „Goh, dat is toch normaal?”, vindt ze. „Dat is toch bij alle kinderen zo.” Ik vind het enerzijds een onwaarheid en anderzijds geen goeie reden. „Moet je dan doen wat anderen doen?”, vraag ik. „Maar nee”, reageert ze snel. „Maar als ze dat bij de andere kindjes thuis zien, willen ze dat ook, hoor. R. moest onlangs naar een verjaardagsfeestje van een klasgenoot en hij zei dat ze daar kei-weinig speelgoed hadden. Da’s toch zielig? Ik geloof dat dat kind gepest wordt trouwens. En ik vind dat je kinderen alle kansen moet geven om zoveel mogelijk talenten te ontwikkelen. Ze hebben het recht zich te ontplooien en dat moet je op verschillende manieren stimuleren.” Ik bedenk dat sommige Afrikaanse of Zuid-Amerikaanse topvoetballers getalenteerd zijn geworden, net doordat ze als kind enkel een bal hadden om mee te spelen. En dat ze hun weg naar die top zelf hebben afgelegd, niet in hun schoot geworpen kregen. Maar ik zwijg. „We moeten M. de laatste weken wel naar de dansschool sleuren, want ze zegt dat ze het niet graag meer doet. Dat is gewoon omdat haar vriendinnetje onlangs gestopt is. Maar we hebben net zo’n dure dansoutfit van de school voor haar gekocht. Die gaat ze nu wel eerst verslijten.” Ze voegt er nog aan toe dat ze het er niet mee eens is dat ze per se die outfit moesten kopen, door de school opgelegd. Ze houdt eigenlijk niet van die elitehouding. Maar ja, wat kan ze doen? Ik opper dat er nog andere leuke dansstudio’s in de buurt zijn, maar aan het schudden van haar hoofd merk ik dat het onderwerp hiermee afgesloten is.

 

Je hoort dat vaak tegenwoordig.

Hoe het met haar en haar man is, vraag ik dan. Een zucht. Tja, dat ze elkaar nu niet zo vaak zien, omdat hij vooral in het nieuwe huis aan het werk is. Hij probeert zoveel mogelijk zelf te doen, want anders wordt het een financiële ramp. En als hij al eens een avondje vrij neemt, valt hij meteen in slaap op de bank, terwijl zij zin had om nog eens gezellig samen naar Temptation Island te kijken. Ik ben enkele seconden van slag over het feit dat de woorden ‘gezellig’ en ‘Temptation Island’ zonet effectief in dezelfde zin gebruikt werden. En dat de activiteit die ze suggereert als compensatie voor verloren kwali-tijd kan dienen. Ze merkt mijn verwarring niet op en gaat verder. Want toen hij onlangs ging pintelieren met een kameraad die net vader was geworden, is hij niet in slaap gevallen, hoor. Ja, toen hij om 3.30u ’s nachts thuis kwam en dan had zij gedaan met slapen door zijn gesnurk. Daar hadden ze dan de dag nadien ruzie over gemaakt. Hoewel hij die zondag eens niet naar ‘den bouw’ zou gaan, is hij toch kwaad naar daar vertrokken en heeft hij zich een hele dag niet meer laten zien. Dat ze dat kantje van hem echt beu is. Zij wil proberen te praten en hij loopt weg. Beeld zonder klank, als er al beeld is. En dat terwijl ze elkaar al zo weinig zien. Zelfs samen gaan slapen is er nauwelijks nog bij. Er is nog maar weinig intimiteit tussen hen. En altijd dat gezeur over zijn werk. Hij wil daar al kweetnihoelang weg, maar hij onderneemt niets. Hij doet zijn werk wel graag, maar de bazen zijn echt onmogelijk. Doodongelukkig wordt hij daar. Ze zou er niet van verschieten als hij binnenkort thuis zit met een burn-out. Want je hoort dat vaak tegenwoordig. Hij zou zelfstandige willen worden, maar durft niet. Tja, dat begrijpt ze ergens wel: ze moeten aan hun financiën denken natuurlijk. Zij werkt tenslotte ook maar viervijfde.

 

Dat kunnen we niet maken.

Of ze geldzorgen hebben, vraag ik voorzichtig, hulp nodig? Dat waait ze snel weg: „Nee, nee, zo erg is het nu ook weer niet. Maar ja, een zelfstandige job… ’t is toch onzeker, hè. Dat weet jij ook”, zegt ze tegen mij. Ik bevestig. Ik opper dat een consultant over het algemeen iets meer verdient dan een freelance journalist en yogalerares en dat zelfs ik nooit op water en droog brood heb moeten leven. Dat ik geen dure hobby’s heb, fancy kleren draag of wekelijks op restaurant ga, maar dat ik niets tekort kom, probeer ik haar gerust te stellen. En dan is daar de eeuwige dooddoener: „Maar ja, jij hebt geen kinderen, hè.” En dat haar man natuurlijk wel een fietsfreak is en dat het niet gelijk is op welke fiets hij rijdt. Of mountainbike, verbetert ze zichzelf. Dat ze met de club binnenkort weer op weekend gaan. Dat is altijd heel plezant, in een groot huis – een oude gerenoveerde hoeve eigenlijk – met alles erop en eraan: buitenzwembad, sauna, jacuzzi, wijnkelder … Koken doen ze zelf niet, ze nemen schotels van de traiteur mee of gaan uit eten. Dat wordt een dure affaire, die er eigenlijk momenteel niet af kan… Dat het toch niet zo erg is om een jaartje over te slaan, zeg ik. Iedereen weet toch dat ze een huis aan het bouwen zijn. Nee, nee, dat kunnen ze niet maken, vindt ze. „Voor de kinderen en al.” Dat snap ik niet, maar dat zeg ik niet. Want ik snap het. Of ze al vakantieplannen hebben, probeer ik zo luchtig mogelijk over te schakelen op een ander onderwerp. Ja, dat huisje in Italië hadden ze vorig jaar al meteen opnieuw geboekt voor deze zomer, want dat was zo’n schot in de roos geweest. Vanuit het zwembad had je zicht op de heuvels. Hun wintervakantie moesten ze nog boeken, maar allicht ook naar hetzelfde skioord als vorig jaar. Misschien wel een beter hotel, want het buffet was vorig jaar maar matig geweest. De buren hadden hen iets aangeraden, dus de kans was groot dat het dat ging worden.

 

Da’s niet gemakkelijk, hoor.

Ze rekt zich uit, wrijft over haar gezicht en zucht lang. Dat ze toch wel veel aan haar hoofd heeft. Dat ze soms eens even op pauze zou willen drukken. „Maar ja”, herpakt ze zich lachend, „Waar staat die knop?! Ach, ja, dat is het leven, hè. We moeten mee in die ratrace.” Ik kijk haar vragend aan. „Ja? Moeten we dat?” „Tja, jij nu misschien niet, maar bij jou is dat anders. Jij hebt geen kinderen, jij bent alleen.” Hopla, de twee dooddoeners in één adem! Ik zou willen vragen sinds wanneer alleen zijn de dingen makkelijker maakt, maar ik laat het. „Maar wij moeten gewoon meedraaien met de maatschappij. De druk ligt best hoog, vind ik, om overal aan te voldoen. Je kan niet anders.” Ze ziet mijn gefronste wenkbrauwen en herpakt zich: „Enfin, je kan wel anders, maar da’s niet gemakkelijk, hoor. Geloof mij: ik zou het soms echt anders willen. Maar de maatschappij zit gewoon niet zo in elkaar. Da’s nu eenmaal de wereld waarin wij leven.”

Er brandt van alles op het puntje van mijn tong, maar stilte lijkt me nu even gepast. Ik weet nu tenminste hoe het echt met haar gaat. Daarna vertel ik haar heel rustig het nieuws dat wíj die maatschappij zijn. We zitten niet ín die maatschappij, we zijn die. Wij geven ze mee vorm en bepalen mee de norm, alleen al door eraan mee te doen. Dus zij lijdt momenteel onder de druk die ze zelf mee oplegt. Ik vertel haar geduldig dat ze wel degelijk een keuze heeft. Maar het irriteert haar blijkbaar. Dat ik makkelijk praten heb, zegt ze. Graag zou ik van haar horen hoe makkelijk het precies is om als single mee te draaien in een samenleving die op koppels en gezinnen gericht is.

 

Ik stel de vraag niet, want ik zie dat ze naar haar horloge kijkt. Haar nieuw horloge, dat ze kocht op zo’n populaire veilingwebsite. Normaal €390, maar zij bood op het laatste nippertje nog €210 en had het! Dat nieuwe horloge vertelt dat het tijd is om te gaan. Ze heeft haar maandelijkse afspraak bij de nagelstyliste. Onderweg zet ze R. af aan de muziekschool en pikt ze M. op van de dansschool. Of ik zie hoe hectisch haar leven wel niet is? Ik geef haar een knuffel. Dat we snel nog eens moeten afspreken, zegt ze. Want met al haar gezaag heeft ze niet eens kunnen vragen hoe het met mij gaat. Ze zal wat data doorsturen via e-mail. Dat zal wel pas vanaf volgende maand zijn, want de komende weken worden druk-druk-druk.

6 reacties op “Oewist? – Ça va. Druk druk druk.”

  1. Martine De Bruyne

    Toevallig (bestaat toeval wel ? – je ma en ik hebben daar zo onze twijfels over) op je pagina gesukkeld en genoten van je taartpunt « het leven zoals het voor velen is ». Inspirerend, stemt tot nadenken, is herkenbaar,… misschien in toekomst meer aan terugdenken wanneer we onze loopschoen aan hebben ! Bedankt !

    1. Als je er even erg van genoten hebt als van een taartpunt, ben ik blij. 😉 Al is het volgens mij ‘het leven zoals velen het vrijwillig lijden’. 😉

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top