Hari om!
Lang geleden dat ik nog eens kon schrijven, dus ik geef een dubbele portie mee.
Groot nieuws: ik heb vandaag mijn allereerste yoga(asana)les gegeven! Ik wist dat die confetti en glitters nog van pas zouden komen: nu dus! Hoera! De kop is eraf! Al gebiedt de eerlijkheid mij opnieuw om dit te nuanceren. Een maand of twee geleden heb ik mijn huisgenoot ook al eens onderworpen aan een yogales. Aangezien de living elke ochtend vanaf 6u een yogahal werd, had ik hem uitgenodigd om eens een sessie te volgen. Na onderhandelingen hebben we dat naar 7.30u verschoven, maar twee keer stond hij daar toch dapper met zijn yoga(-oh, pardon: fitness-)mat. Achteraf mogen we blij zijn dat die jongen het er zonder kleer- en spierscheuren vanaf gebracht heeft, want na vier weken yoga-opleiding kan ik zeggen dat ik destijds wat onvoorzichtig ben geweest tot zwaar in de mist ben gegaan. 🙂
Drie paar beginnende ogen
Mijn klas van vandaag was iets groter: drie man. 🙂 Zoals ik al zei, is het momenteel rustig in de ashram en niet iedereen is geïnteresseerd in de asana’s. Vandaar mijn klein klasje, maar persoonlijk vind ik dat perfect. Mezelf kennende: ik zou wat stress en onzekerheid voelen als er pakweg vijftien paar ogen op mij gericht zouden zijn terwijl ik een asana aan het voordoen ben, die ik zelf nog maar net onder de knie heb. Drie paar ogen van beginners kon ik nog aan. Geheel tegen mijn gewoonte in had ik eens geen uitgebreide voorbereiding gemaakt van alle asana’s die ik zou doen, met alle instructies en correcties erbij. Ik had wel een en ander in mijn hoofd, maar de uitwerking vroeg om enige flexibiliteit. Zelf neem ik altijd minstens 1,5 uur de tijd voor een yogasessie, omdat ik een degelijke opwarming belangrijk vind en ook graag in stijl afrond. Hier hebben we maximum een uur. Tegen iets na 7u komen mijn ‘leerlingen’ nog geeuwend en stretchend de meditatiehal uitgewaggeld en om 8u wordt het ontbijt geserveerd. Dus er moet wat tempo inzitten als ik de hele sequentie van Hatha-yoga treffelijk wil doorlopen. Ik vond het leuk en had er een goed gevoel bij. Een van mijn leerlingen gaf me op het einde een ‘dikke duim’, dus dat was plezant.
Vocaal voelen en vibreren

Solo-optreden van een sopraan
In de ashram weten ze intussen ook dat ik graag zing. Ik ben er altijd als de kippen bij als er iets georganiseerd wordt voor een speciaal programma en ik hoop elke keer dat Swamiji nog eens een kirtan houdt tijdens de meditatie. Enkele dagen geleden heb ik ook het beste (?) van mezelf gegeven in de Om Laboratory, een prachtige ronde hal boven de bibliotheek. De akoestiek is er fenomenaal en de ruimte wordt dan ook gebuikt voor zangmeditaties of andere programma’s.
Ik had de opdracht gekregen om de hal te kuisen en terwijl ik daar met mijn dweil doorheen ging, heb ik een klein solo-optreden gegeven voor de portretten aan de muur. Heerlijk om als een nietsontziende sopraan uit te halen in nummers als You raise me up, Seasons of love, I am the voice, All kinds of everything … Ik heb me ook even aan Petula Clarks ‘Downtown’ gewaagd, maar ik ben wijselijk gestopt vlak voor het refrein…
Kuisen … of misschien ook niet
Dat kuisen van de Om Laboratory was trouwens … een hele ervaring. Je moet weten dat we hier in India poetsen mét afgedankte kleren en zónder kuisproduct. Ik heb nog even geprobeerd daarover in discussie te gaan met onze goeroe, maar op een gegeven moment moet een mens weten zijn mond te houden. 🙂 De emmer en de dweil die ik ter beschikking had, waren – uiteraard – vuil. Dus het water dat in die emmer terecht kwam, was al vuil nog voor ik één kuisbeweging had gemaakt. Ik was al lang blij dat er een kraan vlak naast de bibliotheek was, vanwaar ik water kon tappen, zodat ik dat geregeld kon verversen. Ik begon dus met de emmer en de dweil wat proper te maken met (mijn eigen) waspoeder. Toen ik dan mijn emmer wou vullen om mee naar boven te trekken, besloot de kraan prompt om er de brui aan te geven. Zo gaat het hier in India: je kan altijd wel denken, hopen en zeggen dat je iets gaat doen, maar je moet er altijd aan toevoegen ‘of misschien ook niet’. Dus trok ik naar de volgende dichtstbijzijnde kraan een meter of dertig verder. Ondanks mijn goeie voornemens zag ik het niet zitten om die afstand geregeld te doen met een volle emmer en onder de loden hitte. Dus ik heb een paar keer een mentaal knopje moeten omdraaien (#zelfovertreffing) toen ik mijn gescheurde blouse of dweil in water stak dat de Om Laboratory enkel vuiler kon maken… Mijn voornemen verdween al helemaal toen na mijn zesde wandeling ook deze kraan in staking ging en ik nog eens twintig meter verder moest. Mijn rug ging toen ook prompt in protest! De ruimte is dus zo proper als ze maar kan gemaakt worden met een gescheurde blouse en een vuile dweil. 🙂
Gezond sattvisch versus verlichte kitsch

Rustig tafelen … of misschien ook niet
Ook nu was het er weer druk zoals het daar hoort te zijn, maar ik vond nog vier lege stoelen aan een lange tafel. Meteen erna kreeg ik daar gezelschap van twee heren. Ik kende niet veel van wat er op de kaart stond, dus ik deed een gokje naar een Especial Masala Dosa. Het bleek een grote driehoekige pannenkoek te zijn met een vulling van gekookte aardappel, ajuin en veel kruiden, geflankeerd door drie schaaltjes met saus. Ik had ‘niet-pikant’ gevraagd en dat ging volgens de ober in orde komen, maar na drie happen zat ik daar met een lopende neus. En snuiten was ietwat ongemakkelijk aangezien mijn handen vettig waren van de dosa die ik in de drie verschillende sauzen dopte (hoezo, bestek?). Ik zat ook vlak naast – hoe zal ik het noemen? – de ‘débras’: de plaats waar alle vuile borden en bestek verzameld worden, klaar om af te wassen. Wij zijn het gewend dat de vuile vaat ergens achterin de keuken verdwijnt, ver weg van de gasten die gezellig willen tafelen in het restaurant. Hier laten ze gewoon alles in een grote plastieken emmer vallen. Als je weet dat hier enkel aluminium servies gebruikt wordt, heb je een idee hoe het klinkt om er vlak naast te zitten. Tijdens de twintig minuten die ik daar gezeten heb, is mijn tafelgezelschap ook drie keer veranderd. Het is daar echt van ‘hap-slik-weg’ en ik begreep nadien waarom. Hoewel ik ervan hou om op mijn gemak te tafelen en nadien toch even te rusten tot mijn eten op z’n minst mijn slokdarm verlaten heeft, kon ik deze keer niet zo lang wachten. Er stond een hele rij mensen te wachten om een plaatsje te bemachtigen en boze blikken kwamen mijn richting uit, want ik zat daar tenslotte maar wat te zitten. Dus terwijl mijn tong de laatste restjes dosa vantussen mijn tanden joeg, begaf ik me richting kassa. Enfin, voor nauwelijks 120 roepies (ofwel zo’n 1,5 euro) heb ik niet enkel een lekkere maaltijd, maar ook een bijzondere ervaring gehad. 🙂 En hey, daar doen we het toch allemaal voor, zeker? 🙂
Alvast een vrolijk Pasen gewenst! Hoewel een kleine minderheid Christen is in India, gaat het hier toch niet ongezien voorbij. India huist verschillende godsdiensten en respecteert ze allemaal, bijvoorbeeld door sinds donderdag verlofdagen te geven (waar niet iedereen in participeert). Het verkeer stond hier in ieder geval (nog meer dan anders) op zijn kop. Een tripje van veertig minuten naar Rishikesh heeft me gisteren meer dan twee uur gekost… En maar claxonneren natuurlijk – alsof het stilstaan daardoor sneller zou gaan ofzo. Ik kan alleen maar hopen dat ze hier in de ashram geen chocolade eieren gaan verstoppen. 🙂



Alweer hartelijk gelachen met jouw grappige schrijfsels! ??
Een (glim)lach … daar doen we het allemaal voor! 😉
Hé Motti, uwe schrijfstijl is enorm grappig en tevens zéééér boeiend.
De lezer wil daardoor meer en meer te weten te komen en hangt bij wijze van spreken aan je lippen.
Daarstraks hebben we contact gehad, maar kon nu pas (1u ’s nachts) reageren.
Heb nog iet gestuurd….ge merkt wel wa…
Het ga aa nog goe en…. past goe oep aazelf.
Dikke kus en dikke proficiat.
pa
Haha, ik heb het gemerkt, ja. 🙂 Bedankt!